De gevolgen van een terugtredende overheid zijn steeds meer voelbaar. Voorzieningen worden minder of verdwijnen, buurthuizen sluiten en de zorg krimpt in. Burgers krijgen te maken met nieuwe verantwoordelijkheden op het gebied van zorg en welzijn. Daarbij gaan de ontwikkelingen snel en is de maatschappij voor veel burgers ingewikkeld geworden. Tegelijkertijd is de samenleving sterk geïndividualiseerd waardoor de sociale cohesie is afgenomen.

Van burgers die jarenlang zijn ontzorgd, wordt verwacht dat zij zich in deze maatschappij, die steeds digitaler en complexer wordt, kunnen redden. Zij moeten leren omgaan met een samenleving waarin voorzieningen anders zijn georganiseerd. Maatschappelijke initiatieven moeten niet meer voor de burger maar door de burger worden georganiseerd. Door de overheid wordt steeds vaker een beroep gedaan op de eigen kracht en het sociale netwerk van de burgers. Dit vraagt aanpassingen van zowel de burger als overheid. Als de maatschappelijke initiatieven van de overheid de ruimte krijgen zichzelf te ontwikkelen en de burger wordt geleerd hoe met de maatschappelijke veranderingen om te gaan, is de beweging van een terugtredende overheid geslaagd. Belangrijk daarbij is dat bewoners elkaar letterlijk en figuurlijk kunnen verstaan. Dat is nu nog te vaak niet het geval.